Logo 1001 tips

Sitehosting - Your hostingpartner for ever!

 

Hoefproblemen bij paarden

  1. Startpagina aandoeningen
  2. Hoefproblemen bij paarden
  3. Brokkelhoeven
  4. Nageltred
  5. Hoeflederhuidontsteking of hoefzweer of bloedblein
  6. Koliek bij paarden: hoe verzorgen?
  7. Mok bij paarden: hoe verzorgen?
  8. Peesontsteking bij paarden: hoe verzorgen?
  9. Rotstraal bij paarden: hoe verzorgen?
  10. Schimmel bij paarden: hoe verzorgen?
  11. Slokdarmverstopping bij paarden: hoe verzorgen?
  12. Spat bij paarden: hoe verzorgen?
  13. Staartschuren bij paarden: hoe verzorgen?
  14. Verkoudheid, hoest en snot bij paarden: hoe verzorgen?
  15. Virusinfecties door muggen: het West-Nijlvirus

Gezond hoornweefsel is soepel maar sterk en elastisch. Om dit gezond te houden is veel beweging en een dagelijkse verzorging noodzakelijk (zie rubriek hoefverzorging bij paarden).

Brokkelhoeven

Is het hoornweefsel te droog dan krijgt men barsten en of brokkelhoeven (zie rubriek brokkelhoeven bij paarden). Het toedienen van voedingssupplementen zoals Biotin  (een vloeibaar supplement zou vlugger door het paardenlichaam opgenomen worden) en het veelvuldiger insmeren van de hoeven helpt. Ook de hoefsmid kan hier een rol in spelen.

Rotstraal

Soms zijn de hoeven té vochtig en wordt de hoorn week en zacht. Bacteriën krijgen zo de kans om zich te ontwikkelen. Dit verschijnsel komt het meest voor in de straalgroeven van de achterhoeven. Het wordt rotstraal genoemd. De hoefsmid kan de zachte delen verwijderen en de straalgroeven grondig reinigen. Dagelijks insmeren met Egyptische zalf of met bruine teer brengt genezing. (zie ook rubriek rotstraal bij paarden)

Kroonrandbetrapping

Het paard trapt met de ene hoef op de andere en veroorzaakt een kneuswond. Zowel de hoorn als de hoeflederhuid kan beschadigd zijn. Opletten voor infectie! Waarschuw steeds de dierenarts. Een behandeling met antibiotica en een tetanusinjectie kan noodzakelijk zijn.

Balverwonding

De achterhoef van het paard raakt met de punt de voorhoef. Meestal zal ook de kroonrand beschadigd zijn. Raadpleeg steeds een dierenarts. Er kan sprake zijn van een hoefkloof en/ een ontsteking van de hoefkraakbeenderen.

Hoefkraakbeen fistel

Een hoefkraakbeen fistel is meestal het gevolg van een betrapping van de hoefbal. Het is een geïnfecteerde diepe wonde waar viezigheid verschijnt uit een smal kanaaltje dat in de diepte zit (fistel). Er is een operatie nodig om het aangetaste en ontstoken deel van het hoefkraakbeen te verwijderen. Er wordt antibiotica en een tetanusinjectie toegediend. De genezing verloopt heel traag.

Losse wand

Slechte voeding en onhygiënische omstandigheden zijn de oorzaak  dat er een onderbreking is tussen de hoornwand en de hoornzool in de witte rand van de hoef. De hoefsmid zal met een hoefmes het losgekomen deel luchten en reinigen en een aangepast ijzer aanbrengen.

Hoornscheuren

Er zijn verschillende soorten scheuren in de hoorn en dit naargelang de plaats, de lengte en de diepte.

Bij een draagrandscheur wordt door de hoefsmid een horizontaal gleufje in de hoef gesneden om te voorkomen dat de scheur verder loopt. Is dit niet voldoende dan wordt een driehoekje in de hoef gesneden.

Bij een oppervlakkige hoornwandscheur kunnen de hoefwanden verdund worden totdat de scheur volledig weggeraspt is.

Bij een doorlopende hoornwandscheur kan de hoefsmid op de hoef een plaatje aanbrengen.

Hoornkloof

Dit is een horizontale scheur in de hoornwand. Is ze oppervlakkig dan groeit de scheur er uit. Is de scheur diep dan kan de hoeflederhuid ontstoken raken.

Hoeflederhuidontsteking

Bij een ontsteking van de hoeflederhuid kunnen allerlei bacteriën de hoef binnen dringen. Hierdoor ontstaat dan een ontsteking. Dit kan bv het gevolg zijn van nageltred. De etter die zich vormt kan niet meer weg en drukt op de lederhuid. Het paard gaat kreupel lopen of slechts maar 3 benen meer belasten. Het lijkt of het dit been gebroken heeft. De etter komt uit aan de kroonrand en aan de onderkant ziet men een hoefzweer.

De dierenarts zoekt met een visiteertang waar de hoefzweer zit. Vaak ziet men een klein donker plekje of scheur. De hoornzool wordt daar verdund om de etter te laten wegvloeien. Hierdoor vermindert ogenblikkelijk de druk op de hoeflederhuid en heeft het paard minder pijn. De zoolzweer wordt ontsmet met jodiumtintuur of isobetadine. De dierenarts brengt een vochtig verband of hoefzak aan om de etter volledig te verwijderen en contact met andere viezigheid te voorkomen.

Het gebruik van een hoefzak is handig omdat hierin ook watten kunnen gelegd worden om drukplekken tegen te gaan. Meestal wordt de hoefzak ook gevuld met een mengsel van water en isobetadine zeep. Na een dag wordt dan een droog verband aangebracht. Er wordt voor alle veiligheid antibiotica en een tetanusinjectie toegediend.

Hoefkanker of straalkanker

Bij een ontsteking van de hoeflederhuid bestaat de kans dat, door het indringen van bacteriën, daar abnormaal veel zacht hoorn gevormd wordt. Dit verschijnsel komt meestal voor aan de achterhoeven. De behandeling bestaat uit het regelmatig verwijderen van de overtollige hoorn, ontsmetting met jodiumtintuur of isobetadine en het aanbrengen van een drukverband. Deze aandoening geneest slecht en kan steeds terug komen.

Vernageling

De hoefsmid brengt de nagels aan, naar buiten gericht, in de witte lijn onder de hoef. Slaat hij de nagel téveel naar binnen dan wordt de lederhuid, die zeer gevoelig, is geraakt. De nagel zal onmiddellijk verwijderd worden en de steekwonde (zie ook rubriek EHBO bij paarden) wordt ontsmet met jodium of betadine.

Als de ingeslagen nagel juist naast de lederhuid zit, kan er zich nageldruk voordoen. De nagel komt dan zeer hoog uit op de hoefwand. Het paard zal de pijn niet onmiddellijk voelen want de ontsteking doet zich pas na 4 dagen voor. Door de druk tegen de lederhuid ontstaat een kneuzing. Het paard zal kreupel lopen. Men kan dit controleren door met een hamer op de nagels van de hoef te kloppen. Bij het raken van een drukkende nagel zal het paard een hevige pijnreactie geven. De nagel moet verwijderd worden en de wonde wordt opengesneden zodat de etter weg kan.

Nageltred

Men spreekt van nageltred als een scherp voorwerp de hoef binnen dringt. De ernst is afhankelijk van de lengte van het voorwerp, de plaats en de diepte in de hoef. Raadpleeg steeds een dierenarts. Indien mogelijk laat het voorwerp in de hoef zitten tot de dierenarts komt. Zoniet verwijder het en houd het bij, let goed op de plaats waar het voorwerp in de hoef zat. Als het voorwerp verwijderd is, zeker ontsmetten met  jodiumtinctuur of isobetadine. De dierenarts zal antibiotica en een antitetanus-serum toedienen. Door middel van radiografie kan men zien welke inwendige delen van de hoef geraakt zijn ( het hoefgewricht, het hoefbeen, de buigpees of de hoefkatrol). Deze beschadigingen zijn zeer ernstig en de afloop is meestal ongunstig of er is een operatie noodzakelijk. Het genezingsproces is van lange duur.

Hoefbevangenheid

Hoefbevangenheid is voor het paard zeer pijnlijk. Het paard zal meer gaan ligen omdat het staan en lopen hem ontzettend veel pijn veroorzaakt. Als het paard gedwongen wordt te gaan stappen, doet hij dit heel voorzichtig stapje voor stapje alsof hij op eieren loopt. Het paard ervaart de pijn erger aan de voorbenen omdat daar het grootste gewicht van het paardenlichaam gedragen wordt. Andere symptomen zijn een verhoogde temperatuur, versnelling van de ademhaling en de hartslag, warm aanvoelen van de hoef, het voelen kloppen van de slagader in de kootholte, aan de zijkant van de voet en bij de kogel en een ingedeukte kroonrand.

Hoefbevangenheid is een gevolg van een slechte doorbloeding in de voet. Er treedt vocht uit de bloedvaten en hierdoor komt er té weinig zuurstof en voeding terecht in de cellen en de afvalstoffen kunnen niet meer worden afgevoerd. Er treedt weefselbeschadiging en zwelling op. De druk op de hoeflederhuid wordt groot en veroorzaakt veel pijn. 

Er zijn verschillende oorzaken van hoefbevangenheid gekend:

  • Het paard eet teveel ineens en het voedsel gaat gisten in de darmen. Oppassen dus met haver.
  • Het paard wordt in de lente op de wei gebracht en verorbert een grote hoeveelheid vers en jong gras. Weidegang dus geleidelijk voorbereiden en de uren weidegang geleidelijke opvoeren.
  • Voedselvergiftiging
  • Slechte conditie van het paard en overgewicht
  • Stress van het paard
  • Té lange inspanningen bijv. lange wandelingen en endurance ritten
  • Langdurig gebruik van geneesmiddelen (cortisone)
  • Ontwormen en vaccineren zijn ook niet zonder gevaar
  • Koliek en longontsteking
  • Baarmoederontsteking en het niet afkomen van de nageboorte

Hoefbevangenheid dient onmiddellijk te worden behandeld want anders kan het hoefbeen kantelen (kan zich reeds voordoen binnen de 24uur). Dit is niet meer te behandelen!

Het kan soms zo erg zijn dat het hoefbeen door de zool drukt. Men kan het paard dan best laten inslapen.

De dierenarts behandelt het paard dus met spoed door het toedienen van medicijnen om de doorbloeding van de hoef te stimuleren, de pijn te milderen en medicatie te geven voor de aandoeningen die aan de oorzaak van de hoefbevangenheid liggen.

Gedurende enkele dagen wordt het paard medicamenteus behandeld en krijgt een aangepast dieet. Om de pijn te verzachten kan men ook de hoeven afspuiten met water of een koud verband aanbrengen. Bij chronische hoefbevangenheid zal de hoefsmid geleidelijk aan de hoef weer normaal brengen.

Hoefkatrolontsteking

Hoefkatrolontsteking is een gevreesde aandoening onder paardeneigenaars. Hoefkatrol komt voornamelijk voor aan de voorvoeten van het paard. Deze dragen immers het grootste gewicht van het paardenlichaam en de schokken worden door de voorvoeten het meest opgevangen. Hoefkatrol kan reeds optreden bij de leeftijd van 2 jaar. In de meeste gevallen manifesteert de aandoening zich tussen de 6 en 8 jaar.

De eerste verschijnselen zijn het struikelen van het paard, het nemen van kortere passen waardoor de bewegingen stijver en schokkend worden, een springpaard weigert vaker de hindernis te nemen en er zijn afwisselende periodes van kreupelheid. Op stal gaat het paard afwisselend zijn ene voorbeen meer naar voor zetten om dit te ontlasten.

Om vast te stellen of een paard hoefkatrol heeft zal de dierenarts een kreupelheidsonderzoek doen. Dit gebeurde ook bij Icarus, onze 17-jarige KWPN ruin toen hij een peesontsteking had (zie rubriek peesontsteking bij paarden).

De dierenarts doet een buigproef. De ondervoet wordt gebogen en zo 60 seconden vast gehouden. Terwijl hij deze handeling uitvoert, voelt de dierenarts reeds of dit gemakkelijk gaat en/of het paard niet in verzet gaat. Hij gaat ook na hoever de buiging kan gaan zonder dat het paard hierop reageert.

Na de 60 seconden wordt het been neergezet en dient het paard onmiddellijk in draf, aan een lange lijn, te vertrekken. Het kan zijn dat het paard de eerste passen wat onzeker zet maar na 10 meter moet hij een soepele draf vertonen. Is dit niet het geval dan is de buigproef positief en zijn er dus aanwijzingen voor hoefkatrol.

Een andere manier om na te gaan of het paard hoefkatrol heeft, is het paard met de straal van een voorbeen te laten steunen op een rond stuk hout. Opnieuw moet hij daarna onmiddellijk aandraven. Ook de voorzijde van de hoef wordt op een rond stuk hout geplaatst en opnieuw dient het paard onmiddellijk aan te draven.
Dit doet men, zoals bij de buigproef voor beide voorvoeten.

Tijdens een kreupelheidsonderzoek kan men ook een verdovingsspuit geven in de voet. De ondervoet wordt gevoelloos (zelfde gevoel zoals bij de tandarts). Door deze verdoving verdwijnt de pijn en loopt het paard opnieuw soepel of  gaat kreupel lopen op het andere been.

De behandeling bestaat vooral uit rust, een correctief beslag waarbij de druk op de hoefkatrol en de spanning op de buigpees vermindert  en het toedienen van medicatie.

Share to Facebook Share to Twitter Blogger Wordpress LinkedIn Myspace Email Meer...
Laatste aanpassing op woensdag 15 november 2017 om 16:50u