Logo 1001 tips

Gratiszoekertjes.com

Vorige pagina

Je Paard op een Volte Overgangen laten maken

Grondwerkoefeningen

1. Respect voor je Eigen Ruimte 12. Voorhand Wijken door Indirect Contact
2. Contact Leggen met je Paard 13. Lateraal laten Buigen
3. Leiden, Volgen en Meekomen 14. Uit een Touwknoop komen
4. Halt Houden 15. Stilstaan
5. Neusje op de Grond 16. Op een Volte brengen en laten Vertrekken
6. Voorwaarts laten Wijken en Vertrekken 17. Op een Volte met Ritme en Regelmaat
7. Achterwaarts laten Wijken of Gaan 18. Op een Volte Halt houden
8. Achterwaarts op een Boog laten Gaan 19. Op een Volte naar Binnen brengen
9. Achterhand Wijken door Direct Contact 20. Van Hand Veranderen op een Volte
10. Achterhand Wijken door Indirect Contact 21. Op een Volte Overgangen laten maken
11. Voorhand Wijken door Direct Contact 22. Longeren van een Paard

Je paard leren overgangen maken naar een snellere of langzamere gang. Van stap naar draf naar galop en omgekeerd.

Waarom?

Overgangen maken is goed voor:

  • Het paard leert zichzelf te dragen.
  • Het paard zal beter in balans lopen.
  • Het stimuleert zijn achterhand en brengt de voorhand omhoog.
  • Het paard leert op jou te letten en leert te gehoorzamen.

Hoe?

Om je paard naar een snellere gang te brengen gebruik je een kordatere lichaamstaal, maak je grotere passen of breng de longeerzweep wat hoger. Je kan ook je paard via je stem aansporen sneller of langzamer te gaan. Zeg “op stap” of “op draf” of  “galop”.

Een voorbeeld

Je paard stapt op de cirkel mooi rond. We staan stil en zijn volledig ontspannen.
Van zodra dat we willen dat het paard een overgang maakt naar een snellere gang (hier is dit draf) halen we diep adem en brengen ons energieniveau wat hoger. We brengen de schouder van de hand waarmee wij de longeerlijn vasthouden omhoog. Hierdoor komt er wat meer druk op de halster en het paard voelt dat de halster naar voor wordt gebracht. Ons lichaam is gericht op het drijven van het paard. Een goed getraind paard zal hierop versnellen. Doet het paard het niet dan moet je de longeerzweep naar zijn achterhand bewegen of ermee achter het paard zwaaien. Als dit niet lukt, tik je met de zweep op de grond achter het paard. Als het paard in draf is, laten wij de druk vallen en gedragen we ons opnieuw neutraal en rustig.

Om je paard naar een langzamere gang te brengen gebruik je dezelfde lichaamstaal als bij halthouden maar dan wat subtieler. Breng de longeerzweep naar beneden.
We geven een voorbeeld: Je paard is in draf en je wil een overgang naar stap.
Verlaag je energie door rustig uit te ademen. Gebruik de halthoudende hulpen (zie rubriek “Je paard op een volte laten halt houden”.  Geef via de longeerlijn een licht druk op het halster en breng de longeerzweep naar de voorhand of voor de neus van het paard.

Bij het maken van overgangen kan je ook instructies geven met je stem. Eens je paard ze kent, zal het hier op zeer vlug reageren. Bijvoorbeeld “eeeen op stap” of “op draf” of “galop”.

Tips voor als het niet lukt

Je paard gaat niet sneller lopen

Raak me de longeerzweep de staartwortel of de achterhand van het paard aan. Doe meer.

Je paard gaat niet langzamer lopen

Heb geduld. Doe meer. Je paard zal uit zichzelf langzamer gaan lopen. Beloon uitbundig en begin opnieuw tot dat het paard op zeer lichte aanwijzingen reageert.

Share to Facebook Share to Twitter Blogger Wordpress LinkedIn Myspace Email Meer...
Laatste aanpassing op dinsdag 27 juni 2017 om 06:58u
Auteur: Ine Hillegoms