Logo 1001 tips

Sitehosting - Your hostingpartner for ever!

 

Paardenwelzijn in België

  1. Startpagina welzijn van paarden
  2. Paardenwelzijn in België
  3. Nederland: Plan van aanpak Welzijn in de sector Paardenhouderij

In België is er geen specifieke wetgeving op het vlak van welzijn van paarden! Er zijn bij ons weten ook geen initiatieven daaromtrent. Wij zijn van oordeel dat we op dat vlak ver achterop zijn ten opzichte van de ons omringende landen. Er is wel enorm veel wetgeving over dieren in verband met de landbouw (kalveren, melkvee, varkens, legkippen enz.), de dierentuinen, proefdieren, hondenkwekerijen, kattenkwekerijen, dierenasielen, dierenpensions en handelszaken voor dieren en voorwaarden inzake het in de handel brengen van dieren. Uiteraard kunnen we niet anders dan al deze wetten toejuichen.

Toch zijn we van oordeel dat gezien het grote belang van de paardenhouderij in België (naar schatting lopen er in België 150.000 à 200.000 paarden rond, waarvan driekwart in Vlaanderen), dringend een specifieke wetgeving noodzakelijk is. In Vlaanderen zijn niet minder dan 1.763 hippische bedrijven actief, die samen een toegevoegde waarde realiseren van ongeveer 215 miljoen euro. De paardenhouderij is bovendien goed voor 3.560 voltijdse jobs! Voor meer info over het economisch belang van de paardenhouderij in Vlaanderen verwijzen we graag naar dit artikel: Studie economisch belang van de paardenhouderij in Vlaanderen

De wetgeving waarop we ons in België kunnen baseren wat betreft paardenwelzijn, is te vinden in:

14 AUGUSTUS 1986 - Wet betreffende de bescherming en het welzijn der dieren.

In deze basiswet, nu toch al meer dan 20 jaren oud, is vooral artikel 4 van zeer groot belang. Hierbij wordt weliswaar geen onderscheid gemaakt tussen het soort dieren. Het geldt dus voor ALLE dieren, ook voor paarden.

§ 1. Ieder persoon die een dier houdt, verzorgt of te verzorgen heeft, moet de nodige maatregelen nemen om het dier een in overeenstemming met zijn aard, zijn fysiologische en ethologische behoeften, zijn gezondheidstoestand en zijn graad van ontwikkeling, aanpassing of domestikatie, aangepaste voeding, verzorging en huisvesting te verschaffen.

§ 2. Niemand mag de bewegingsvrijheid van het dier dat hij houdt, verzorgt of te verzorgen heeft, zodanig beperken dat het aan vermijdbare pijnen, lijden of letsels is blootgesteld. Wanneer een dier gewoonlijk of voortdurend wordt vastgemaakt of opgesloten, moet het voldoende ruimte en bewegingsvrijheid krijgen, in overeenstemming met zijn fysiologische en ethologische behoeften.

§ 3. De verlichting, de temperatuur, de vochtigheidsgraad, de verluchting, de luchtcirculatie en de overige milieuvoorwaarden van het verblijf der dieren moeten overeenstemmen met de fysiologische en ethologische behoeften van de soort.

Bespreking

We kunnen dus in grote mate een overeenstemming vinden met de vijf vrijheden van de Brambell commissie (1965) op Europees niveau.

Deze vijf vrijheden zijn: dieren moeten vrij zijn

  1. van dorst, honger en onjuiste voeding;
  2. van fysiek en fysiologisch ongerief (discomfort);
  3. van pijn, verwonding en ziektes;
  4. van angst en chronische stress;
  5. om natuurlijk gedrag te vertonen.

Wat wij vooral belangrijk vinden is de term "in overeenstemming met zijn aard, zijn fysiologische en ethologische behoeften, zijn gezondheidstoestand en zijn graad van ontwikkeling, aanpassing of domestikatie".

In verband met het huisvesten van paarden in stands of slieten zijn wij van oordeel dat paragraaf 2 voldoende is om huisvesting voor langdurig verblijf in stands of slieten te verbieden: Wanneer een dier gewoonlijk of voortdurend wordt vastgemaakt of opgesloten, moet het voldoende ruimte en bewegingsvrijheid krijgen, in overeenstemming met zijn fysiologische en ethologische behoeften. Er is voldoende wetenschappelijk onderzoek naar de behoefte aan beweging van paarden om te besluiten dat dit soort huisvesting absoluut niet voldoet aan de fysiologische en ethologische behoeften van het paard! (indien u hiermee akkoord gaat, stem "Ja" op de poll hiernaast);

Verder vinden we in deze wet specifiek over paarden:

  1. bepalingen over laboratoria die gebruik maken van paarden voor dierproeven;
  2. het verbod op straatpaardenkoersen en/of een oefenmomenten ter voorbereiding van een dergelijke koers.

9 JULI 1999 - Koninklijk besluit betreffende de bescherming van dieren tijdens het vervoer en de erkenningsvoorwaarden van vervoerders, handelaars, halteplaatsen en verzamelcentra.

Hierin worden o.a. bepalingen opgenomen over:

  1. de ruimte die paarden moeten hebben bij transport;
  2. het feit dat tijdens lange reizen veulens en jonge paarden moeten kunnen gaan liggen;
  3. hengsten, bronstige merries, of paarden met beslagen achterhoeven op voldoende afstand van andere paarden moeten opgesteld worden

16 JUNI 2005. - Koninklijk besluit betreffende de identificatie en de encodering van de paarden in een centrale gegevensbank

Deze wetgeving is niet direct bedoeld om het welzijn van paarden te verbeteren, maar veeleer het welzijn van de mensen. Het is de bedoeling van deze wet om de consumptie van vlees van paarden nauwkeurig in kaart te brengen aan de hand van een verplichte identificatie, om aldus de voedselketen voor de mens veilig te houden.

Toch bestaat de mogelijkheid dat de verplichte identificatie op termijn leidt tot betere controles en bestraffing bij verwaarlozing, ondervoeding, gesjoemel enz. Andere voordelen zijn:

  1. we krijgen een volledig zicht op het totaal aantal paarden in Vlaanderen en België
  2. bij wedstrijden kan er niet langer geknoeid worden met de identiteit van de paarden;
  3. het wordt mogelijk om meer medische behandelingen toe te dienen;
  4. vermiste of gestolen paarden zullen veel makkelijker kunnen teruggevonden worden;
  5. frauduleuze handelaars zullen niet langer de identiteit van paarden kunnen verwisselen om ze voor een betere prijs te verkopen.

Bronnen:

Share to Facebook Share to Twitter Blogger Wordpress LinkedIn Myspace Email Meer...
Laatste aanpassing op zondag 3 december 2017 om 12:23u