Logo 1001 tips

Gratiszoekertjes.com

Vorige pagina

Zegswijzen en spreekwoorden over paarden

  1. Gratis video-cursussen over paarden in het Nederlands
  2. Wat is de leeftijd van mijn paard in mensenjaren?
  3. Hippisch recht en juridische problemen met paarden
  4. Zegswijzen en spreekwoorden over paarden
  5. Geschenkideeën voor paardenliefhebbers
  6. Zelf een stalkaartje voor uw paarden maken

Gedichten over mijn paarden

  1. Gedicht voor mijn paard Icarus
  2. Gedicht voor mijn paard Unique

Zegswijzen en uitspraken fascineren mensen. Omdat er zoveel over paarden bestaan, maakten wij hieronder een verzameling ervan. Sommige vond ik terug op internet andere komen uit de Van Daele woordenboek. Veel leesplezier.

  • Aardewerk is geen paardenwerk. Graven of in de aarde werken is een vermoeiend werk.
  • Witte paarden hebben veel stro nodig. Pronkzieke vrouwen kosten veel geld.
  • Anderhalve man en een paardenkop. Weinig aanwezigen, weinig belangstelling.
  • Beter een blind paard dan een leeg halster. Beter iets dan niets.
  • De prins op het witte paard. De man van je dromen.
  • Dat is een paard van een daalder. Een trots persoon.
  • Dat kan Bruin niet trekken. Dat kan ik niet betalen.
  • Dat paard zal mij niet meer slaan. Die fout maak ik niet nog eens.
  • Honger als een paard hebben. Grote honger hebben.
  • De beste paarden staan op stal. Als je niets doet, kan je niets verkeerd doen.
  • De een mag een paard stelen, de ander mag niet over het hek kijken. Er is veel onrecht in de wereld.
  • Een dood paard aan een boom binden. Overdreven voorzichtig zijn.
  • Een vrouwenrok trekt meer dan een span paarden. De invloed van een vrouw is heel sterk.
  • De paarden die de haver verdienen krijgen ze niet. Een verdienste blijft vaak onbeloond.
  • De teugels in handen hebben. De baas zijn, alles onder controle hebben.
  • De teugels laten vieren. Een minder streng beleid voeren.
  • De teugels strakker aanhalen. Een strenger beleid gaan voeren.
  • Op zijn stokpaardje zitten. Over zijn lievelingsthema spreken.
  • Denken moet je aan een paard overlaten, die hebben een groter hoofd. Niet teveel denken maar doen.
  • Die met een paard uit gaat is met zijn meester uit.
  • Een gehuurd paard en eigen sporen maken korte mijlen. Eigen bezit beschadigt men minder vlug dan gekregen of gehuurd.
  • Een blind paard zou er geen schade doen. Daar is niets van waarde, niets kwetsbaars te vinden.
  • Men moet het paard zijn rug niet stuk rijden. Men moet niet altijd teveel eisen.
  • Een gegeven paard mag men niet in de bek kijken. Tegenover geschenken moet men niet kritisch zijn. Men mag niet klagen over de kwaliteit van iets dat men gratis krijgt.
  • De man wel, maar het paard niet. Niet helemaal eerlijk zijn.
  • Een goed paard is zo goed als zijn hoeven. Een schijnbare bijzaak kan bepalend zijn, vergelijkbaar met: een ketting is zo sterk als zijn zwakste schakel.
  • Een man zonder vrouw is zoals een paard zonder teugels. In een huwelijk hebben man en vrouw elkaar nodig.
  • Paradepaard. Een bezit, eigenschap, kunst of vaardigheid waar iets of iemand trots op is.
  • Een oud paard van stal halen. Wat men vroeger al eens heeft laten horen nog eens ten beste geven.
  • Een paardenmiddel toedienen. Een (laatste) hardhandige remedie toepassen.
  • Een schurftig paard vreest de roskam. Als er iets mis is vreest men het onderzoek.
  • Een ziekte komt te paard en gaat te voet. Genezing kan veel tijd in beslag nemen.
  • Vandaag een paard, morgen een koe en overmorgen ondank toe. Iemand wil alles van je hebben, maar zal je daarvoor niet bedanken.
  • Gauw op het paard zitten. Snel op de teentjes getrapt zijn, gauw verongelijkt zijn.
  • Beter een ezel voor de ploeg dan twee paarden op stal. Kiezen voor zekerheid.
  • Het beste paard van stal vergeten. Een verdienstelijk persoon niet opmerken.
  • Het hinkende paard komt achteraan. Wees niet te snel tevreden, er kan altijd nog slecht nieuws komen.
  • Snotterende veulens worden de gladste paarden. Vervelende kinderen veranderen op latere leeftijd.
  • Het hooi moet het paard niet volgen. Een meisje moet niet achter haar geliefde aan lopen.
  • Het is trekken aan een dood paard. Het is een onbegonnen zaak.
  • Ongelijke paarden trekken de kar slecht. Mensen die erg verschillen, kunnen beter niet samenwerken.
  • Het paard achter de wagen spannen. Een probleem totaal verkeerd aanpakken.
  • Op de magerste paarden bijten de dazen. Armen mensen hebben vaak pech.
  • Het paard moet tot de kribbe komen.
  • Een gouden zadel maakt van een ezel nog geen paard. Een mens wordt geen beter mens, omdat hij rijk is.
  • Het paard van Troje binnenhalen. Door onnadenkendheid of onnozelheid de vijand toelaten.  Op naïeve wijze de eigen ondergang bewerkstelligen.
  • Een paard dat stormt en een meisje dat wil trouwen, zijn niet tegen te houwen. Niet tot iets anders te bewegen.
  • Het oog van de meester maakt het paard vet. - Een belanghebbend en kundig persoon houdt beter toezicht. Als de baas toekijkt gaat alles beter.
  • Op het verkeerde paard wedden. De verkeerde keuze gemaakt hebben.
  • De boer op de bok liet de teugels vieren, het paard kende zelf de weg wel. Je moet niet doen alsof je de beste bent, iemand anders weet ook wel wat.
  • Hij is van zijn paard gevallen. - Hij heeft zijn positie verloren.
  • Hoog te paard zitten. Verwaand zijn, een grote eigendunk hebben, trots, ijdel of arrogant zijn.
  • Een vrouwenhaar trekt sterker dan tien paarden. De invloed van een vrouw is zeer sterk.
  • Iemand de teugels uit handen nemen. Iemand de leiding afnemen.
  • Iemand de vrije teugel laten. Iemand zijn eigen gang laten gaan.
  • Iemand een hengst verkopen. Iemand een harde klap geven.
  • Iemand te paard helpen. Iemand helpen een eerste begin te maken.
  • Je hebt luxe paarden en werkpaarden. In afgunst, vaak schertsend, gezegd van mensen die in plezierige omstandigheden verkeren. Niet iedereen heeft dezelfde positie, de een moet harder of zwaarder werken dan de ander.
  • Je moet een paard niet doodknuppelen voordat je thuis bent. Niets voorbarigs doen, vergelijk: geen oude schoenen weggooien voor je nieuwe hebt.
  • Jong te paard, oud te voet. Wie veel geld uitgeeft in zijn jeugd, heeft weinig als hij oud is.
  • Man en paard noemen. Niets verzwijgen.
  • Wie de teugel slap laat hangen, kan met een mak paard op hol slaan. Blijft altijd geconcentreerd en aandachtig.
  • Men kan geen paard al lopende beslaan. Men moet de tijd nemen voor wat nodig is.
  • Een goed paard maakt nog geen goede ruiter. Niet enkel de middelen tellen, ook de vaardigheid is belangrijk om resultaat te hebben.
  • Men moet de ploeg niet voor de paarden spannen. Iets totaal verkeerd aanpakken.
  • Procedeer je om een koe, je legt er een paard aan toe. Wie om iets kleins naar een advocaat stapt, is meer geld kwijt dan hij kan krijgen.
  • Men moet een paard de rug niet stuk rijden. Men moet grenzen in acht nemen, en soms ijverige helpers tegen zichzelf beschermen.
  • Met de paarden van Sint Franciscus. Te voet gaan.
  • Ook het beste paard struikelt wel eens. Ook de deugdzaamste en bekwaamste faalt wel eens.
  • Op het apostelpaard rijden. Te voet gaan.
  • Hij heeft paardenvlees gegeten. Hij is woelig en wild.
  • Op het verkeerde paard wedden. Een verkeerde inschatting maken.
  • Oude paarden jaagt men aan de dijk. Verdiensten worden snel vergeten.
  • Over het paard getild zijn. Te zeer geprezen zijn zodat men verwaand is geworden.
  • Paarden vallen ook, al hebben zij vier benen. Iedereen maakt wel eens een fout of kan pech hebben.
  • Vast in het zadel zitten. Gezegd van een leider die niet voor zijn positie hoeft te vrezen.
  • Waar het paard aangebonden is moet het vreten. Wie gebonden is moet zich aanpassen. Zich naar de omstandigheden aanpassen.
  • Mensen met paarden hebben een hemel op aarde, maar komen zij te sterven dan valt er niets meer te erven. Paardensport is een heerlijke maar erg dure sport.
  • Met de witte perdekies naar Velzeke rijden. Krankzinnig worden. In Velzeke bevindt zich een sanatorium; de 'witte perdekies' (witte paardjes) verwijzen naar een ziekenwagen, waarmee de geestesgestoorde afgevoerd wordt. Uitdrukking uit het zuiden van Oost-Vlaanderen.
  • Zo sterk als een paard. Oersterk zijn.
  • Achteruit gaan als een hollend paard. Snel terrein verliezen.
  • Werken als een molenpaard. Hard werken.
Share to Facebook Share to Twitter Blogger Wordpress LinkedIn Myspace Email Meer...
Laatste aanpassing op zaterdag 26 juni 2010 om 15:19u
Auteur: Ine Hillegoms