Logo 1001 tips

Gratiszoekertjes.com

Vorige pagina

Het Paardengebit: Goede Tanden zijn van Levensbelang voor uw Paard

  1. Startpagina over het lichaam van het paard
  2. Functies en Samenstelling van het Bloed van een Paard
  3. Het Paardengebit: Goede Tanden zijn van Levensbelang voor uw Paard
  4. Het Slaapritme van Paarden

Het gebit van een paard is een zeer belangrijk instrument omdat paarden het grootste deel van de dag bezig zijn met het eten en kauwen van gras en planten. Voor een goede spijsvertering is een goede vermaling van de voeding door het gebit zeer essentieel.

Het normale paardengebit en zijn functie

Het paardengebitHet paardengebit van een volgroeid paard bestaat uit:

  • 12 snijtanden (6 in de bovenkaak en 6 in de onderkaak)
  • 24 kiezen (6 aan iedere kant in de boven- en onderkaak)
  • 4 hoektanden (ook haaktanden of hengstentanden genoemd)

De snijtanden zijn heel sterk omdat het paard hiermee het gras of de planten afsnijdt.
Met de kiezen maalt het paard het voedsel fijn, met ronde zijwaartse bewegingen, zodat het voedsel in de maag gemakkelijker verteerd wordt.

SnijtandenHengsten, maar soms ook merries, hebben ook nog 4 haaktanden of hengstentanden: 2 in de boven- en  2 in de onderkaak.

Onze paarden en wijzelf hebben er dus alle belang bij dat het paardengebit goed verzorgd wordt (zie ook rubriek ”tandverzorging bij paarden: zeer belangrijk!” en “koliek bij paarden: hoe verzorgen?”)

Tussen de snijtanden en de kiezen bevinden zich de lagen. Dit is een tandloze opening (plaats waar het bit komt te liggen en die wij gebruiken om gemakkelijk medicijnen toe te dienen of de ontwormingsspuit tussen te brengen).  Soms komt het voor dat paarden op deze lagen wolfstanden ontwikkelen.

Een paard heeft dus tussen de 36 en  42 tanden in het totaal.

Het paardengebit verandert constant. De reden hiervoor is dat het paardengebit continue lijkt te groeien. Dit is effectief ook zo tot de leeftijd van 5 jaar. Enerzijds groeien de tanden en anderzijds groeit de kaak van het paard waardoor de wortel van de tand steeds korter wordt. Daarnaast is het paardengebit sterk onderhevig aan slijtage door het continue kauwen en het maken van de maalbeweging. De tanden slijten even vlug af dan dat ze groeien.

Tanden en de leeftijd van uw paard

Iedereen weet dat de leeftijd van een paard nauwkeurig kan bepaald worden aan de hand van het gebit. Dit althans tussen de 4,5 jaar en de 9 jaar. Nadien wordt dit een stuk moeilijker.

Een veulen heeft bij zijn geboorte geen tanden. Toch  kunnen de eerste tanden al snel na de geboorte (binnen de 0 en 6 dagen) doorbreken. Tussen de 6 à 8 maanden heeft het veulen al zijn melktanden of veulentanden. Veulentanden zijn witter, smaller en minder gegroefd dan een permanent paardengebit.

De veulentanden worden geleidelijk aan vervangen door een blijvend gebit wat men in vaktermen het wisselen van de tanden noemt. Het wisselen van de tanden bij een veulen start op 2,5 jaar en is voltooid op 4,5 jaar.

Eerst wisselen de 4 binnensnijtanden en de eerste 4 kiezen van de boven- en onderkaak. Daarna wisselen in tussenpauzes van 1 jaar  de midden- en buitensnijtanden. De kiezen wisselen om de 6 maanden.

Op 5 jarige leeftijd moeten alle veulentanden gewisseld zijn en gebruikt het paard al zijn tanden om het voedsel af te snijden en fijn te malen. Dit betekent dat de slijtage is ingezet en dat de holte, die van bovenaf de tand te zien is, geleidelijk aan verdwijnt. Dit noemt men ook “de tand is gevuld”. Op 8 jarige leeftijd zijn alle tanden gevuld.

Speciale afwijkende tanden

Volgende afwijkende tanden kunnen voor bijkomende problemen kunnen zorgen.

Wolfstanden

WolfstandenDe wolfstand is een kleine functieloze  tand die voorkomt in de bovenkaak, voor de kiezen in de lagen (de normaal tandloze opening). Sommige paarden hebben er geen en andere maar één. De wolfstand vinden we zelden in de onderkaak. Deze soort tanden ontwikkelen zich tussen de 6de  en 18de levensmaand.

De wolfstand kan voor problemen zorgen tijdens het rijden omdat het bit tegen de tand kan gaan drukken. Wolfstanden worden verwijderd alvorens het paard een bit in de mond wordt gelegd.

Verborgen  of blinde wolfstanden die zich onder het tandvlees bevinden, moeten zeker verwijderd worden.

Haaktanden of hengstentanden

De haaktand is een tand die zich op  4,5 jaar in het tandloze gedeelte ontwikkelt. Dit zowel in de boven- als onderkaak. Haaktanden komen enkel voor bij hengsten of ruinen. Een enkele keer treft men de haaktand ook bij een merrie aan. Met de haaktanden beschermt de hengst zijn merries in zijn kudde tegen andere opdringerige hengsten. Haaktanden zijn dus verdedigingswapens voor de hengst.
Normaliter veroorzaken hengstentanden geen problemen en hoeven ze dan ook niet verwijderd te worden. Naarmate het paard ouder wordt kunnen ze lang en scherp worden. Vijlen tot het  gewenste resultaat, is dan aan te raden.

Doppen

De dop is eigenlijk een melktand. De dop kan voor problemen zorgen bij het wisselen van veulentanden naar het definitieve gebit. De dop wordt normaliter door de definitieve tand uit het tandvlees geduwd en valt uit.

Wanneer dit niet gebeurt, wordt hij er door de paardentandarts eruit getrokken. Etensresten die zich opstapelen tussen de dop en de definitieve tand kunnen ontstekingen veroorzaken. Er komt dan een vieze geur uit de mond van het paard.

Gebitproblemen

Paardeneigenaars moeten hun paarden goed observeren om gebitsproblemen te leren herkennen. Dit omdat de meeste paarden in stilte lijden. Slechts weinig paarden tonen dat ze pijn hebben en zijn geïrriteerd. Enkel de eigenaars die dagelijks met hun paarden omgaan en ze goed kennen, merken dat er iets aan de hand is.
Een bezoek van de paardentandarts 2 maal per jaar kan verhinderen dat kleine mankementen voor grote problemen kunnen zorgen. Niet alleen het eten en de spijsvertering maar ook het trainen van het paard komt door tandproblemen zwaar onder druk te staan.

Wees dus alert en let op de volgende zaken:

Algemene aanwijzingen van tandproblemen

  • Kwijlen tijdens het eten
  • Voedsel uit de mond laten vallen
  • Moeilijk bijten en kauwen, overmatig kauwen
  • Het hoofd schuin houden tijdens het eten
  • Voedselproppen tussen de tanden en de wangen
  • Voedselproppen in de eetbak en op de grond
  • Vermageren
  • Onverteerbare voedselresten of lange slierten gras of hooi in de mestballen
  • Regelmatig voorkomende koliek
  • Stank uit de mond of neus
  • Neusvloei uit één neusgat
  • Zwelling van de kaak

Aanwijzingen van tandproblemen bij het rijden

  • Onhandelbaarheid bij op- of aftuigen
  • Ongeconcentreerd gedrag
  • Problemen met de aanleuning, vechten tegen het bit
  • Voortdurend met het hoofd schudden
  • Het hoofd kantelen naar een kant
  • Tong uit de mond laten hangen
  • Mond openhouden tijdens het rijden
  • Moeilijk in de wendingen, weigering van links of rechts te draaien, moeilijk te sturen
  • Protestgedrag, bokken, steigeren

Soorten tandproblemen

Doppen

Zie hoger.

Wolfstanden

Zie hoger.

Scherpe kanten

Deze scherpe kanten worden veroorzaakt doordat de kiezen in de bovenkaak verder uit elkaar staan dan in de onderkaak en er dus onvoldoende slijtage is. Deze scherpe kanten vinden we aan  de buitenkant van het bovengebit en aan de binnenkant van het ondergebit. Ze kunnen wondjes veroorzaken op de tong en de wang. Het paard gaat moeilijk kauwen en door de pijn minder eten, ze vermageren of doen regelmatig koliek.

Haken

Haken ontstaan op de voorste bovenkiezen en de achterste kiezen in de onderkaak. Ze veroorzaken irritatie van het kaakgewricht.

Verhoogde kies

Een verhoogde kies is een tand die hoog boven de andere tanden uitsteekt doordat een tegenoverliggende kies ontbreekt. Het verhinderen van de zijwaartse beweging bij het kauwen kan een probleem zijn met als gevolg een ongelijke slijtage van de snijtanden.

Tandvleesontsteking

Tandvleesontsteking ontstaat doordat er in een holte rond de kies, door het terugtrekken van het tandvlees, resten voedsel zitten te rotten. Het paard kauwt verkeerd.

Overbijter

Een overbijter is een paard met een meestal erfelijke gebitsafwijking, waarbij de bovenste snijtanden voor de onderste snijtanden komen. Er ontstaan haken op de kiezen.

Onderbijter

Een onderbijter is een paard met een meestal erfelijke gebitsafwijking, waarbij de onderste snijtanden voor de bovenste snijtanden komen. Er ontstaan haken op de kiezen.

Frequentie van een paardentandartsbezoek

Het is raadzaam om het gebit van een veulen eens te laten nakijken, zeker vooraleer er een bit in de mond wordt gebracht. Bij het wisselen van de tanden op 2,5 jaar kan er ook wat mislopen en kan een preventieve behandeling veel ellende voorkomen.
Verder is het jaarlijks nazien van het paardengebit geen overbodige luxe.

Bij oudere paarden is het wenselijk om 2 maal per jaar de tandarts te laten langs komen. Bij paarden met een afwijkend gebit moet dit  regelmatiger gebeuren.

Tips bij de voeding voor paarden met een probleemgebit

  • Voer gedurende de dag regelmatig kleine hoeveelheden ruwvoer.
  • Dien eventueel aangelengd met warm water, ook eiwitrijke grasbrok of luzerne of aan eiwitarme bietenpulp, snijmaïs en havermoutbrok toe.
  • Giet boven op het krachtvoer wat olie om wat extra energie te voorzien.
  • Verhoog niet onmiddellijk de hoeveelheid krachtvoer. Risico voor overgewicht, hoefbevangenheid en spijsverteringsproblemen.
  • Dien regelmatig slobber toe.
  • Aanvulling, met mate, van multivitaminen en of mineralen geven kan geen kwaad.
Share to Facebook Share to Twitter Blogger Wordpress LinkedIn Myspace Email Meer...
Laatste aanpassing op dinsdag 27 juni 2017 om 06:58u
Auteur: Ine Hillegoms